
Een Peugeot 107 staat bekend als een zuinige, betrouwbare stadsauto. Toch roept één vraag bij veel (toekomstige) eigenaren direct onzekerheid op: zit er in deze auto een distributieriem of een distributieketting, en wanneer moet die worden vervangen? De distributie is immers een kritisch onderdeel van de motor. Als hier iets misgaat, kan dat leiden tot dure motorschade die de restwaarde van de auto in één klap onderuit haalt. Wie de techniek en onderhoudsbehoefte van de distributie in de Peugeot 107 goed begrijpt, maakt eenvoudigere keuzes: van onderhoudsplanning tot het inschatten van risico’s bij aankoop van een occasion.
Vooral omdat de 107 in de basis is ontwikkeld samen met Toyota en Citroën, zijn er verschillende motorvarianten en bouwjaren met elk hun eigen eigenschappen. Als je exact weet of jouw 107 een riem of een ketting heeft, hoe die werkt en welke klachten gaan horen bij slijtage, voorkom je verrassingen én onnodige kosten.
Distributieriem of ketting in de peugeot 107: motorcodes, bouwjaren en verschillen
Overzicht motorvarianten peugeot 107: 1.0 VTi (1KR‑FE) versus 1.4 HDi
De meeste Peugeot 107-modellen in Nederland zijn uitgerust met de 1.0-liter driecilinder benzinemotor met motorcode 1KR‑FE. Deze motor is samen met Toyota ontwikkeld en wordt ook gebruikt in de Toyota Aygo en Citroën C1. In deze 1.0 benzinemotor zit standaard een distributieketting. Dat betekent dat er géén traditionele distributieriem van rubber aanwezig is om de nokkenas aan te drijven.
Naast de 1.0 benzine is er een minder gangbare dieselvariant geleverd: de 1.4 HDi. Deze 1.4-liter common-rail diesel maakt gebruik van een distributieriem in plaats van een ketting. De onderhoudsbehoefte is hierdoor anders: waar de 1KR‑FE ketting in principe “levenslang” meegaat, kent de 1.4 HDi een vervangingsinterval op basis van jaren en kilometers. In de praktijk betekent dit dat bijna elke 107-rijder met een benzine-uitvoering te maken heeft met een ketting, terwijl dieselrijders zich moeten richten op een klassiek distributieriem-schema.
Omdat veel eigenaren twijfelen bij aanschaf of er een ketting of riem aanwezig is, loont het om de motorcode in het kentekenregister of onderhoudsboekje te controleren. Zie je ergens 1KR‑FE vermeld, dan gaat het om de kettingaangedreven driecilinder benzinemotor.
Bouwjaren 2005–2014: welke peugeot 107 heeft een distributieketting en welke een riem?
De Peugeot 107 is geproduceerd tussen 2005 en 2014. Over de volledige productieperiode blijft de vuistregel relatief eenvoudig: alle 1.0 benzinemodellen, van de eerste bouwjaren 2005–2006 tot de gefacelifte modellen rond 2012–2014, hebben een distributieketting. Er zijn geen 1.0 benzine-uitvoeringen met een distributieriem.
Bij de dieseluitvoering (1.4 HDi) ligt dat anders. Deze motor maakt gebruik van een tandriem, wat betekent dat er een service-interval geldt, vaak rond de 10 jaar of 160.000–180.000 km, afhankelijk van de exacte specificatie en het onderhoudsbeleid van de importeur. In de praktijk worden veel 1.4 HDi-riemen preventief vervangen rond de 120.000–150.000 km om elke kans op riembreuk en motorschade te minimaliseren.
Wie een gebruikte Peugeot 107 uit bijvoorbeeld 2006 met ongeveer 130.000 km op het oog heeft, treft in de meeste gevallen een 1.0 benzinemotor met ketting aan. Bij correct olieonderhoud is die ketting doorgaans nog in goede conditie, al is een luistertest bij koude start altijd raadzaam om ratelgeluiden tijdig te herkennen.
Vergelijking met toyota aygo en citroën C1: gedeelde techniek en distributiesystemen
De Peugeot 107 is technisch nauw verwant aan de Toyota Aygo en Citroën C1. Het trio deelt hetzelfde platform, grotendeels dezelfde carrosserie en exact dezelfde 1.0 driecilinder benzinemotor. Ook de 1.4 dieseltechniek is in de basis gelijkwaardig. Dit betekent dat de distributiesystemen van deze drie modellen nagenoeg identiek zijn: benzinevarianten met de 1KR‑FE-motor hebben een ketting, dieselversies een riem.
Deze gedeelde techniek biedt een voordeel: praktijkervaringen, technische servicebulletins en oplossingen uit het Aygo- en C1-wereldje zijn één-op-één toepasbaar op de Peugeot 107. Als in een Aygo-forum bijvoorbeeld veel wordt geschreven over ratelende distributiekettingen bij koude start rond 200.000 km, is dat relevant voor jou als 107-eigenaar met dezelfde motor. Omgekeerd geeft de vaak positieve reputatie van de 1KR‑FE-ketting – mits goed gesmeerd – ook vertrouwen in de lange termijnbetrouwbaarheid.
VIN- en motorcode controleren: hoe je zeker weet welk distributiesysteem jouw 107 heeft
Twijfel je of jouw Peugeot 107 een distributieriem of -ketting heeft, dan is controle via VIN en motorcode de meest zekere route. Het voertuigidentificatienummer (VIN) staat onder meer op het kentekenbewijs en op een plaatje in de motorruimte. Met deze code kan een dealer of specialist exact bepalen welke motorvariant is gemonteerd, inclusief bouwjaar, emissieklasse en technische wijzigingen.
De motorcode staat vaak gestanst op het motorblok of vermeld in het onderhoudsboekje en oude werkplaatsfacturen. Zie je hier 1KR‑FE, dan gaat het om de kettingaangedreven benzine-uitvoering. Bij een 1.4 HDi vind je een code uit de HDi-familie, wat direct wijst op een distributieriem. Wie een gebruikte 107 bekijkt bij een particulier of handelaar, doet er verstandig aan deze codes te controleren om verrassingen bij toekomstig onderhoud te vermijden.
Technische werking van een distributieriem en distributieketting in compacte benzinemotoren
Synchroonloop tussen krukas en nokkenas: tandriem versus rollenketting
De kernfunctie van zowel een distributieriem als een distributieketting is identiek: het in exact tempo laten meelopen van de krukas en nokkenas. De krukas zet de op- en neergaande beweging van de zuigers om in een roterende beweging; de nokkenas bedient de in- en uitlaatkleppen. Als deze twee niet perfect synchroon lopen, kan het lucht-brandstofmengsel niet op het juiste moment in- en uitstromen, met slechte prestaties of zelfs motorschade als gevolg.
Een distributieriem is doorgaans een versterkte rubberen riem met tanden. Een ketting bestaat uit metalen schakels, vergelijkbaar met een fiets- of motorfietsketting, maar dan compacter en sterker. In compacte benzinemotoren zoals de 1KR‑FE kiest de fabrikant voor een ketting omdat deze beter bestand is tegen hoge temperaturen in het motorblok en theoretisch langer meegaat dan een riem.
Smering, materiaal en slijtagepatronen bij een interne distributieketting
Een distributieketting in een Peugeot 107 loopt intern in het motorblok en draait continu in de motorolie. De kettingschakels zijn gemaakt van gehard staal en glijden over metalen tandwielen en kunststof of composiet kettinggeleiders. Door de constante oliesmering wordt wrijving beperkt en slijtage uitgesmeerd over vele honderdduizenden cycli.
Desondanks treedt er in de loop der jaren kettingrek op: de pennen en bussen in de schakels slijten heel licht, waardoor de afstand tussen de schakels toeneemt. Deze rek zorgt ervoor dat de timing tussen krukas en nokkenas langzaam verschuift. Bij een driecilinder die vaak korte ritten rijdt en zelden volledig op bedrijfstemperatuur komt, kan dat proces versneld optreden door condens, brandstofverdunning en versnelde degradatie van de olie.
Spanners, geleiders en dempers: kritische componenten in de distributie van de 1KR‑FE motor
Niet alleen de ketting zelf is belangrijk, maar ook de randcomponenten. In de 1KR‑FE motor van de Peugeot 107 zorgen een hydraulische kettingspanner, vaste en beweegbare geleiders en soms een demper ervoor dat de ketting altijd strak staat en trillingen worden gedempt. De spanner werkt op oliedruk: zodra de motor draait en de oliepomp druk opbouwt, duwt de spanner een geleider tegen de ketting.
Bij koude start is de oliedruk nog niet optimaal, waardoor een versleten of deels vastzittende spanner kan zorgen voor een ratelend geluid de eerste seconden. Dit is één van de belangrijkste hoorbare signalen dat er iets in de distributie niet helemaal gezond meer is. Ook versleten geleiders of brekende kunststofdelen kunnen soortgelijke symptomen geven.
Interferentiemotor versus non‑interferentiemotor: motorschade bij overslaande distributie
In veel moderne benzinemotoren – inclusief compacte driecilinders – is sprake van een interferentiemotor. Dit betekent dat de zuigers en kleppen elkaar in theorie kunnen raken als de timing tussen krukas en nokkenas wegvalt. Bij een overslaande ketting of gebroken riem slaan de kleppen dan tegen de zuigers, met kromme kleppen, beschadigde zuigerkoppen en soms een gescheurde cilinderkop als resultaat.
Exacte data voor de 1KR‑FE variëren per bron, maar de motor wordt in de praktijk behandeld als interferent: een ernstige storing in de distributie kan leiden tot zware motorschade. Daarom is het van belang om symptomen zoals langdurig kettinggerinkel, foutcodes rond de nokkenaspositie of onregelmatig lopen nooit te negeren. Vroegtijdige diagnose en ingrijpen zijn aanzienlijk goedkoper dan een volledige motorrevisie of vervangend blok.
Onderhoudsintervallen peugeot 107: fabrieksschema’s, praktijkervaring en slijtage-indicatoren
Officiële onderhoudsvoorschriften peugeot, toyota en citroën voor de 1.0‑liter driecilinder
Fabrieksvoorschriften voor de Peugeot 107, Toyota Aygo en Citroën C1 liggen dicht bij elkaar. Voor de 1.0 driecilinder benzinemotor wordt doorgaans een onderhoudsinterval van 15.000 tot 30.000 km of jaarlijks geadviseerd, afhankelijk van het bouwjaar en of de auto valt onder “normale” of “zware” gebruiksomstandigheden. Olie en oliefilter horen bij elke beurt ververst te worden, waarbij volledig synthetische olie met viscositeit 5W-30 of 5W-40 vaak de norm is.
Voor de distributieketting zelf noemt de fabrikant meestal geen vast vervangingsinterval. De ketting wordt omschreven als een onderdeel dat “de levensduur van de motor” meegaat. In de praktijk komt dat gemiddeld neer op 8 tot 10 jaar of rond de 200.000–250.000 km als indicatieve levensduur, afhankelijk van gebruik en onderhoud.
Ketting “levensduur”-claim in de praktijk: rek, ratelen bij koude start en foutcodes (P0011/P0016)
De claim dat een distributieketting “nooit” vervangen hoeft te worden, is vooral marketingtaal. In de praktijk laten ervaringen met de Peugeot 107 en zijn zusterauto’s zien dat kettingslijtage wel degelijk voorkomt, zij het meestal pas na hoge kilometerstanden of bij slecht onderhoud. Ratelende geluiden bij koude start, vooral langer dan 1–2 seconden, vormen een eerste duidelijke waarschuwing.
Moderne diagnoseapparatuur kan bij een versleten ketting foutcodes registreren, zoals P0011 (nokkenaspositie te ver gevorderd) of P0016 (correlatie krukas/nokkenas). Deze codes duiden op een timing-afwijking die vaak verband houdt met kettingrek of problemen met de kettingspanner. Worden dergelijke codes gecombineerd met hoorbare ratels of een onregelmatig stationair toerental, dan is controle van de distributieketting urgent.
Controle- en inspectiepunten bij onderhoud: oliekwaliteit, kettingspeling en kettinggeleiders
Tijdens een grote beurt kan een monteur gericht letten op meerdere indicatoren van kettingslijtage. Allereerst is oliekwaliteit cruciaal. Zwarte, dikke of sterk vervuilde olie wijst op lange verversingsintervallen, wat de smeerfilm op de ketting aantast. Daarnaast kan de monteur met een endoscoop of via inspectieluiken de kettinggeleiders beoordelen op slijtage, verkleuring of breuk.
Ook het starten van de motor na een nacht stilstand is een belangrijk testmoment. Een ketting die kort, hoogfrequent ratelt in de eerste seconde hoeft nog niet direct een probleem te zijn, maar een langer aanhoudend metaalachtig gerammel vraagt om nadere diagnose. In sommige gevallen kan met de juiste gereedschappen de kettingspeling worden gemeten, maar vaak is demontage van bepaalde delen noodzakelijk om een definitieve conclusie te trekken.
Rijprofiel en onderhoudsgeschiedenis: invloed van korte ritten en olie-overschrijding op de distributieketting
Een Peugeot 107 wordt vaak gebruikt als stadsauto, met veel korte ritten en koude starts. Juist dat rijprofiel belast de distributieketting extra. De motor bereikt minder vaak volledige bedrijfstemperatuur, waardoor condens en brandstofresten in de olie achterblijven. Dit versnelt oxidatie, verdikking en verlies van smerende eigenschappen. Bij structureel uitgestelde oliewissels vergroot dit de kans op versnelde kettingslijtage en verslijt de hydraulische kettingspanner sneller.
Een 107 met hoofdzakelijk snelwegkilometers en jaarlijks of zelfs vaker olieonderhoud heeft doorgaans een veel gezondere ketting dan een exemplaar dat jarenlang alleen korte stadsritjes heeft gedaan met 25.000–30.000 km tussen de oliewissels. Daarom is het bekijken van facturen en onderhoudsstempels geen formaliteit, maar een concreet hulpmiddel om in te schatten hoe vitaal de distributie nog is.
Herkenbare symptomen van een versleten distributieketting in de peugeot 107
Typische symptomen van een versleten of uitgerekte distributieketting in de Peugeot 107 zijn voor een deel goed hoorbaar en merkbaar. Een metaalachtige ratel bij koude start die langer aanhoudt dan een paar seconden is het meest bekende signaal. Daarnaast kan de motor onregelmatig stationair lopen, meer trillen of merkbaar minder trekkracht hebben in lagere toeren.
In sommige gevallen gaat een versleten ketting gepaard met verhoogd olieverbruik. Hoewel olieverbruik bij oudere driecilinders ook andere oorzaken kan hebben (zoals zuigerveren of klepseals), is de combinatie van olieverbruik, ratelgeluiden en foutcodes rond de nokkenastiming een rode vlag. Wie deze symptomen tijdig herkent, kan de ketting preventief laten vervangen voordat de ketting overslaat of tanden van de tandwielen beschadigd raken.
Kosten en werkwijze bij vervanging van de distributieketting of -riem in een peugeot 107
Urennorm (arbeidstijd) en kostenraming: dealer versus universele garage
De vervanging van een distributieketting in een Peugeot 107 is arbeidsintensiever dan bij sommige grotere motoren, omdat de compacte bouw de toegankelijkheid beperkt. In de praktijk hanteren garages vaak een urennorm van ongeveer 5 tot 8 uur voor het vervangen van de complete distributiekettingset bij de 1KR‑FE motor. Bij een uurtarief van 80–120 euro betekent dit een arbeidsdeel van grofweg 400–900 euro.
Een merkdealer rekent doorgaans een hoger uurloon dan een universele garage, maar werkt veelal met originele onderdelen en heeft uitgebreide merkspecifieke ervaring. Een universele garage kan financieel aantrekkelijker zijn, zeker wanneer wordt gekozen voor een kwalitatief goede aftermarket-set. Voor een distributieriemvervanging bij de 1.4 HDi liggen de uren en kosten vaak iets lager, omdat een riem in sommige gevallen eenvoudiger toegankelijk is dan een interne ketting.
Onderdelenset distributieketting: ketting, tandwielen, geleiders en hydraulische kettingspanner
Een serieuze vervangingsbeurt beperkt zich zelden tot alleen de ketting. Professionele garages kiezen voor een complete distributiekettingset. Die bevat meestal:
- De hoofdketting (en eventuele secundaire kettingen)
- Tandwielen voor krukas en nokkenas(sen)
- Kettinggeleiders en geleiderails (kunststof/composiet)
- Een nieuwe hydraulische kettingspanner
Afhankelijk van merk en kwaliteit varieert de prijs van zo’n set van circa 150 tot 400 euro aan onderdelen. Sommige pakketten bevatten ook nieuwe pakkingen en keerringen, wat lekkages na montage voorkomt. Bij de 1.4 HDi wordt bij een riemvervanging doorgaans tegelijk de waterpomp meegenomen, omdat die door de distributieriem wordt aangedreven en in dezelfde werkzone ligt.
Stap-voor-stap overzicht van de vervangingsprocedure bij de 1KR‑FE motor
Voor wie wil begrijpen wat er bij een kettingvervanging komt kijken, volgt een beknopt stappenplan. Dit is overigens geen doe-het-zelf-handleiding, maar een overzicht om de complexiteit te duiden:
- Auto veilig opkrikken en afsteunen, motorsteunen gedeeltelijk demonteren voor toegang.
- Accessoires en afdekkappen verwijderen: multiriem, distributiedeksel, soms motorsteun.
- Motor op
Bovenste Dode Punt (BDP)zetten en tijdsmarkeringen zorgvuldig uitlijnen. - Oude ketting, spanner en geleiders demonteren; tandwielen controleren en indien nodig vervangen.
- Nieuwe ketting, geleiders en spanner monteren volgens fabrieksspecificaties, kettingspanning controleren.
Na samenbouw wordt de motor met de hand rondgedraaid om te controleren of de timing klopt en er geen mechanische blokkades zijn. Vervolgens wordt de motor gestart en gecontroleerd op lekkages, foutcodes en abnormale geluiden. Een correcte montage maakt het verschil tussen een stil, betrouwbaar blok en een motor die juist opnieuw klachten ontwikkelt.
Preventieve vervanging bij ratelen: wanneer ingrijpen om motorschade te voorkomen
De vraag wanneer preventief een distributieketting vervangen moet worden, is deels een risicodiscussie. Zodra er duidelijke symptomen zijn – langdurig ratelen, foutcodes, voelbaar vermogensverlies – is uitstel onverstandig. Veel specialisten adviseren om rond 200.000–250.000 km en/of na 10–12 jaar serieus te overwegen de ketting te beoordelen, zeker wanneer de onderhoudshistorie onvolledig is.
Bij een tweedehands 107 met bijvoorbeeld 220.000 km, onbekende onderhoudsachtergrond en hoorbare kettinggeluiden kan het verstandig zijn om de kosten van een kettingvervanging direct mee te nemen in de aankoopafweging. Een relatief dure onderhoudsbeurt nu kan vele honderden tot duizenden euro’s aan motorschade op de langere termijn voorkomen.
Betrouwbaarheid van de distributie bij de peugeot 107: bekende problemen en oplossingen
Veelvoorkomende klachten: kettinggerinkel, uitgerekte ketting en onjuiste nokkenastiming
In forumervaringen en praktijkcases rond de Peugeot 107 keren een aantal klachten regelmatig terug. De meest genoemde is een ratelende distributieketting bij starten, soms alleen koud, soms ook warm. Daarnaast melden sommige eigenaren foutcodes die verwijzen naar een afwijkende nokkenastiming, wat vaak samenhangt met kettingrek of een falende spanner.
Een kleiner deel van de klachten is terug te voeren op slechte of te dunne olie, waardoor de hydraulische kettingspanner niet op tijd druk opbouwt. In enkele gevallen wordt een uitgerekte ketting aangetroffen bij relatief lage kilometerstanden (bijvoorbeeld rond 80.000–120.000 km), bijna altijd in combinatie met sterk verwaarloosde olie-intervallen. Een goed onderhouden 1KR‑FE motor haalt in de praktijk vaak 250.000–300.000 km op de eerste ketting zonder noemenswaardige problemen.
Servicebulletins en terugroepacties bij toyota Aygo/Citroën C1/Peugeot 107 rond distributie
Bij grote productiereeksen zoals de Aygo/C1/107 komen regelmatig servicebulletins uit voor de werkplaatsen. Deze gaan bijvoorbeeld over geoptimaliseerde kettingspanners, gewijzigde geleiders of aangepaste oliespecificaties. Hoewel er geen grootschalige wereldwijde terugroepactie bekend is die uitsluitend op de distributieketting van de 1KR‑FE gericht is, zijn er in bepaalde markten wél technische updates doorgevoerd.
In de praktijk betekent dit dat een later bouwjaar 107 soms stilletjes al is voorzien van licht verbeterde onderdelen, terwijl een vroeg bouwjaar nog met de eerste generatie componenten rondrijdt. Bij vervanging in een oudere auto krijgt de motor vrijwel altijd de meest recente versie van kettingspanner en geleiders gemonteerd, waardoor de betrouwbaarheid na reparatie vaak hoger is dan toen de auto nieuw uit de fabriek kwam.
Gebruik van hoogwaardige motorolie (ACEA, viscositeit 5W30/0W20) en verversingsintervallen
Motorolie is het “bloed” van de distributieketting. De juiste viscositeit en kwaliteit maken aantoonbaar verschil in levensduur. Voor de Peugeot 107 benzineversies adviseren fabrikanten doorgaans een olie met specificatie ACEA A3/B4 of A5/B5 en viscositeit 5W-30 of 5W-40, afhankelijk van het bouwjaar en het klimaat waarin de auto rijdt. In recente jaren wordt ook 0W-20 of 0W-30 vaker toegepast om de interne wrijving te verlagen en het brandstofverbruik te verminderen.
Statistisch gezien toont onderzoek van oliefabrikanten aan dat langdurige overschrijding van het verversingsinterval (bijvoorbeeld 30.000 km of meer) de kans op kettingslijtage en spannerproblemen tot wel 2 à 3 keer verhoogt. Wie jaarlijks of uiterlijk om de 15.000 km de olie ververst, creëert daarmee de beste voorwaarden voor een lang leven van de distributieketting.
Een distributieketting gaat zelden stuk door puur materiaalmoeheid; in de meeste gevallen is verouderde of verkeerde olie de onderliggende oorzaak van voortijdige slijtage.
Aftermarket versus OEM distributiekettingsets: merken zoals INA, febi, SKF en originele PSA/Toyota
Bij de keuze voor nieuwe onderdelen speelt de afweging tussen OEM (origineel fabrikant) en aftermarket een grote rol. Originele PSA/Toyota-sets zijn afgestemd op de 1KR‑FE motor en bieden bewezen kwaliteit, maar zijn vaak prijziger. Hoogwaardige aftermarketmerken zoals INA, Febi of SKF leveren distributiekettingsets die qua specificaties en levensduur goed aansluiten bij de eisen van de motor.
Persoonlijk is het aan te raden om bij zo’n kritisch onderdeel te kiezen voor óf originele onderdelen, óf aftermarket van een A-merk. Goedkope, onbekende kettingsets vormen een risico: lagere hardingskwaliteit van het staal, minder nauwkeurige pasvorm van tandwielen of inferieure kettinggeleiders kunnen leiden tot nieuwe problemen binnen enkele tienduizenden kilometers. De besparing op korte termijn weegt dan niet op tegen het risico op dure schade en dubbel werk in de werkplaats.
Besparen op onderdelen in de distributie lijkt aantrekkelijk, maar bij een motor als de 1KR‑FE is de reputatie van het merk minstens zo belangrijk als de prijs van de set.
Aankooptips voor een gebruikte peugeot 107 met distributieketting
Onderhoudshistorie controleren: facturen, stempels en kettingvervanging in het verleden
Bij de aanschaf van een gebruikte Peugeot 107 is de onderhoudshistorie minstens zo belangrijk als de kilometerstand. Vraag altijd naar het ingevulde onderhoudsboekje, losse facturen en eventueel digitale onderhoudsregistraties. Olie- en filterwissels die netjes jaarlijks of om de 15.000 km zijn uitgevoerd, geven veel vertrouwen in de conditie van de distributieketting.
In sommige gevallen is de ketting al eens vervangen, bijvoorbeeld rond 180.000–220.000 km. Een factuur waarop expliciet een complete distributiekettingset, kettingspanner en geleiders vermeld staan, is een groot pluspunt. Het betekent dat jij als volgende eigenaar waarschijnlijk jarenlang geen omkijken meer hebt naar de distributie, mits het olieonderhoud correct wordt voortgezet. Ontbreekt documentatie volledig, dan is het verstandig om iets ruimer te begroten voor mogelijk toekomstig kettingonderhoud.
Koude-start test en proefrit: luistertesten en OBD‑diagnose (live data en foutcodes)
Een eenvoudige maar zeer effectieve test is de koude-start test. Vraag of de auto compleet koud kan blijven tot jouw komst, zodat je het eerste startmoment zelf kunt meemaken. Luister de eerste seconden scherp naar de motor. Een kort, zacht tikje is normaal, maar een hard, metaalachtig ratelen dat 3–5 seconden of langer aanhoudt, kan wijzen op een slappe ketting of zwakke spanner.
Een OBD‑diagnose met een eenvoudige uitlezer of laptop is daarnaast waardevol. Door foutcodes uit te lezen en eventueel live data rond de nokkenaspositie te bekijken, kun je verborgen problemen opsporen. Ontbreken codes zoals P0011 en P0016, dan is dat geen garantie op een perfecte ketting, maar in combinatie met een stille koude start en een soepele proefrit is het een sterk positief signaal.
Beoordelen van oliepeil, oliekleur en olieverbruik als indicatoren voor kettingslijtage
Controle van het oliepeil en de oliekleur geeft snel inzicht in hoe zorgvuldig de vorige eigenaar met de 107 is omgesprongen. Een peilstok met olie tot net onder of op het maximum, met een bruine maar niet pikzwarte kleur, wijst vaak op recent onderhoud. Is het peil daarentegen (bijna) leeg of de olie stroperig en pikzwart, dan is er reden tot wantrouwen, zowel voor de distributieketting als voor de rest van de motor.
Vraag tijdens de aankoop ook expliciet naar het olieverbruik. Een licht olieverbruik bij oudere 107’s is niet ongebruikelijk, maar een verbruik boven de 1 liter op 2.000–3.000 km kan wijzen op inwendige slijtage. In combinatie met kettinggeluiden vergroot dit de kans dat de motor al een zwaar leven achter de rug heeft. Voor wie zekerheid wil, kan een compressietest of endoscopische inspectie extra duidelijkheid geven over de interne staat van de motor.
Risico-inschatting oudere bouwjaren (2005–2009) versus jongere modellen
Bij de keuze tussen een ouder bouwjaar (2005–2009) en een jonger model (2010–2014) speelt distributierisico een rol, maar zeker niet de enige. Vroege bouwjaren hebben vaak hogere kilometerstanden en mogelijk de eerste generatie kettingspanner en geleiders, wat het risico op kettingslijtage verhoogt. Daar staat tegenover dat veel van deze auto’s inmiddels al een keer een kettingrevisie hebben gehad, wat juist weer een voordeel kan zijn.
Jongere modellen hebben in de regel een lagere kilometerstand en profiteren mogelijk van kleine fabrieksupdates in materialen en componenten. Toch kan een jongere auto met veel stadsverkeer en uitgesteld onderhoud meer risico geven dan een ouder exemplaar dat netjes dealeronderhouden is en vooral snelwegkilometers heeft gereden. Uiteindelijk is een Peugeot 107 met distributieketting het meest aantrekkelijk wanneer onderhoudsverleden, koude-startgedrag en oliekwaliteit samen een consistent, positief beeld geven.
Een goed onderhouden oude 107 is vaak een veiligere keuze dan een jonger exemplaar met onbekende onderhoudsgeschiedenis, zeker als het gaat om de levensduur van de distributieketting.
Door deze punten stap voor stap langs te lopen, vergroot je de kans op een betrouwbare Peugeot 107 met een gezonde distributieketting die nog vele jaren probleemloos inzetbaar blijft als zuinige, wendbare stadsauto en dagelijkse metgezel.