hoe-breng-je-zelf-een-glascoating-aan-op-je-auto

Zelf een glascoating op je auto aanbrengen verandert de manier waarop je lak eruitziet én hoe je die onderhoudt. De lak voelt niet alleen gladder aan, maar parelt water maandenlang spectaculair af, vuil hecht minder snel en wassen gaat merkbaar lichter. Een goed aangebrachte glascoating kan, afhankelijk van product en onderhoud, 1 tot 3 jaar bescherming bieden, terwijl een klassieke waxlaag vaak al na 6–8 weken grotendeels verdwenen is. Toch schrikt het idee veel autodetailers en hobbyisten af: verhalen over “ingebakken” vlekken, high spots en onherstelbare fouten klinken behoorlijk intimiderend. Met de juiste voorbereiding, materialen en stap-voor-stap aanpak is glascoating echter uitstekend zelf te doen, zonder professionele studio of dure apparatuur, zolang je gestructureerd en geconcentreerd werkt.

Wat is een glascoating en hoe verschilt het van wax en keramische coating?

Glascoating is een lakbescherming op basis van siliciumdioxide (SiO2), hetzelfde hoofdbestanddeel als glas. De coating vormt na uitharden een ultradunne, glasharde laag (meestal 1–2 micron) bovenop de blanke lak. Deze laag is sterk hydrofoob, chemisch resistent en aanzienlijk harder dan standaard blanke lak, die gemiddeld rond 3–4H potloodhardheid zit. Veel glascoatings scoren 7–9H volgens de Wolff-Wilborn potloodtest, wat direct merkbaar is in krasbestendigheid tegen waskrassen en lichte mechanische belasting. In tegenstelling tot een traditionele wax, die vooral op de lak “ligt” en relatief zacht en olieachtig is, gaat een glascoating een mechanische of chemische verbinding aan met het oppervlak en is dus beduidend duurzamer.

Het verschil met een keramische coating op basis van siliciumcarbide (SiC) zit vooral in de chemie en levensduur. Een typische glascoating (SiO2) gebruikt een kunsthars als “lijm” tussen de nano glasdeeltjes en de lak; die hars is het zwakke punt en veroudert onder invloed van UV, temperatuurwisselingen en agressieve reinigers. De praktijk leert dat een doorsnee SiO2 glascoating 12–24 maanden functioneel blijft, zeker als je die regelmatig ondersteunt met een keramische detailer. Een volwaardige SiC keramische coating reageert chemisch met de lak, heeft geen zwakke polymeerbrug nodig en kan 3–5 jaar standhouden, maar is kritischer in verwerking en vaak alleen via professionele detailers verkrijgbaar. Voor de doe-het-zelver vormt een moderne glascoating daarmee een uitstekend compromis tussen vergevingsgezindheid, duurzaamheid en glans.

Een glascoating is geen toverlaag die krassen laat verdwijnen; elk krasje dat vóór het coaten niet is weggepolijst, blijft daarna zichtbaar onder de glasheldere beschermlaag.

Een ander belangrijk verschil met wax is de watercontacthoek. Waar een goede carnaubawax al indrukwekkende beading geeft, halen veel SiO2 coatings contacthoeken van 100–110°, en nanodiamond-verrijkte en high-end coatings zelfs tot rond 140°. Dat betekent dat waterdruppels extreem compact blijven en bij een beetje rijwind of spoelwater gemakkelijk van het oppervlak glijden. Dit vermindert niet alleen vuilaanhechting, maar ook de kans op waterspots, zolang de auto na het wassen goed wordt gedroogd. Wie vooral zoekt naar een diepe, “warme” showglans op korte termijn, vindt die nog steeds vaker in een hoogwaardige wax. Wie de focus legt op lange bescherming, chemische resistentie en wasgemak, komt logischerwijs bij glascoating of keramische coating uit.

Benodigde materialen en gereedschap voor het zelf aanbrengen van glascoating

Keuze van glascoating: gyeon Q² mohs, gtechniq crystal serum light, CarPro CQuartz UK 3.0

Voor een doe-het-zelver zijn er drie glas- en keramische coatings die zich in de praktijk al jaren bewijzen: Gyeon Q² Mohs, Gtechniq Crystal Serum Light en CarPro CQuartz UK 3.0. Deze consumentenversies zijn afgeleid van professionele systemen, maar vergevingsgezinder qua verwerking en flash-tijd. Alle drie combineren een hoge SiO2- of SiO2/SiC-belading met duidelijke handleidingen en bijgeleverde applicators. De keuze hangt vooral af van gewenste levensduur, glanskarakter en eigen werktempo. CQuartz UK 3.0 is bijvoorbeeld geliefd in koelere klimaten omdat de chemie is geoptimaliseerd voor lagere temperaturen, terwijl Q² Mohs bekendstaat om zijn relatief lange buffertijd, wat prettig is als je voor het eerst panel-per-panel werkt.

Bij de keuze van een glascoating is het zinvol te letten op specificaties als minimale laagdikte, opgegeven standtijd (in jaren) en aanbevolen onderhoudsproducten van dezelfde fabrikant. Fabrikanten testen hun systemen vaak als compleet pakket: coating plus topper en onderhoudsshampoo. Statistieken uit praktijktests door detailers laten zien dat auto’s die met merk-eigen shampoos en toppers worden onderhouden tot 30–40% langere praktische standtijd halen dan auto’s die willekeurige producten krijgen. Investeren in een doordacht systeem levert op termijn dus vaak meer op dan op de aanschafprijs te besparen met een los, onbekend flesje.

Voorbereidingsproducten: ph-neutrale shampoo, ijzerverwijderaar, teer- en lijmverwijderaar

Een glascoating hecht alleen optimaal op perfect schone, ontvette lak. Een grondige wasbeurt met een pH-neutrale shampoo vormt de basis; die verwijdert los vuil zonder bestaande bescherming onnodig aan te tasten en minimaliseert swirls. Voorafgaand of aansluitend volgt de chemische decontaminatie: een ijzerverwijderaar (fallout remover) lost remstof- en vliegroestdeeltjes op en een teer- en lijmverwijderaar pakt teer, boomsap en verkeersfilm aan. Deze stap is cruciaal: lak die na het wassen nog ruw aanvoelt, bevat verontreinigingen die een coating fysiek in de weg zitten. In professionele omgevingen blijkt dat een combinatie van shampoo, ijzerverwijderaar en teerverwijderaar tot wel 80% van de gebonden vervuiling kan verwijderen vóór er ook maar een clay bar is aangeraakt.

Een praktische vuistregel: na de chemische decontaminatie en een tweede spoelbeurt moet een schone hand die over de droge lak glijdt, nauwelijks weerstand voelen. Voelt het oppervlak nog “zanderig” of stroef, dan is extra aandacht met klei nodig. Het overslaan of afraffelen van deze stap is een van de grootste oorzaken van vroegtijdige falen van glascoatings, omdat vuil als het ware tussen lak en coating “ingeklemd” raakt en de hechting verstoort.

Polijstmiddelen en pads: cutting en finishing compounds, dual action polisher (DAP)

Omdat een glascoating bestaande defecten niet maskeert maar juist benadrukt, is een goed polijsttraject essentieel. Een dual action polisher (DAP) van merken als Rupes of Flex biedt de beste balans tussen correctiekracht en veiligheid voor beginners. In combinatie met een set cutting-, polishing- en finishingpads en bijpassende compounds kunnen swirls, lichte krassen en oxidatie gecontroleerd worden verwijderd. Veel detailers werken met een tweestaps schema: een medium-cut compound met een foam of microvezel cuttingpad om de defecten te verwijderen, gevolgd door een fijne polish met een soft pad om maximale glans en helderheid te bereiken.

Uit tests binnen de detailinggemeenschap blijkt dat een gemiddelde middenklasse auto, volledig twee-staps gepolijst met een moderne DAP, ongeveer 8–12 werkuren vraagt voor een hobbyist, afhankelijk van lakconditie en ervaring. De lakdikte neemt bij correct gebruik slechts enkele microns af. Een lakdiktemeter helpt om te bewaken dat kwetsbare randen en overgespoten delen niet overbelast worden. Een zorgvuldige polijstvoorbereiding is misschien de meest tijdrovende stap in het traject, maar levert veruit de grootste kwaliteitswinst op in de eindglans van de glascoating.

Applicators, microvezeldoeken en verlichting (LED-inspectielamp, swirl finder)

Voor de applicatie zelf volstaat in theorie de meegeleverde suede applicator en het foamblokje, maar in de praktijk is een kleine set extra accessoires aan te raden. Denk aan meerdere suede doekjes, zodat je steeds met een soepel, schoon oppervlak werkt en geen opgedroogde glasdeeltjes over de lak sleept. Daarnaast zijn hoogwaardige microvezeldoeken met gesloten lusstructuur onmisbaar voor het uitbuffen en verwijderen van high spots. Idealiter gebruik je per paneel drie doeken: de eerste voor het gros van het residu, de tweede voor egaliseren en de derde voor randjes, naden en controle. Markeer desnoods één doek met een stift, zodat je de rollen niet door elkaar haalt.

Een krachtige LED-inspectielamp of dedicated swirl finder is een ander essentieel stuk gereedschap. Diffuus daglicht is ideaal om algehele egaliteit te beoordelen, maar felle, gerichte LED- of halogeenverlichting onthult direct reststrepen, regenboogachtige waasjes en high spots die later anders inbranden. Naar schatting wordt ruim 70% van de gemiste high spots ontdekt bij gericht licht, niet bij gewoon werkplaatslicht. Investeren in goede verlichting is dus geen luxe, maar een manier om uren nabehandeling te besparen.

Beschermingsmiddelen: nitril handschoenen, ademhalingsbescherming, lakdiktemeter

Coatings zijn chemische producten met vluchtige oplosmiddelen en reactieve componenten. Nitril handschoenen voorkomen niet alleen huidcontact, maar ook vette vingerafdrukken op de perfect ontvet gelakte panelen. Een eenvoudige halfgelaatsmasker met geschikte filters is sterk aan te raden als je langere tijd in een gesloten garage werkt; moderne glascoatings ruiken minder agressief dan eerste generaties, maar dampen blijven aanwezig. Een lakdiktemeter is geen absolute noodzaak voor elke doe-het-zelver, maar wel een waardevol instrument als je vaker polijst of werkt op oudere, mogelijk al eens herspoten auto’s. Dunne zones en scherpe randen kun je zo identificeren en extra voorzichtig behandelen, zodat de veiligheid van de lak is gewaarborgd.

Voorbereiding van de lak: van intensieve wasbeurt tot polijsten

Pre-wash en snow foam techniek om swirls te minimaliseren

Een goede glascoating begint buiten de fles, bij de pre-wash. Door een snow foam of pre-wash shampoo met een foamkanon of pump sprayer op de droge, stoffige auto aan te brengen, wordt vuil ingekapseld en verweekt voordat er mechanisch contact plaatsvindt. Dit vermindert de kans op swirls aanzienlijk, vooral bij donkere lakken. Laat het schuim enkele minuten inwerken, zonder dat het opdroogt, en spoel vervolgens grondig af met een hogedrukreiniger. Pas daarna volgt de handwas volgens de twee-emmer methode: één emmer met shampoo-oplossing, één met schoon spoelwater, en een washmitt met lange “wormen” om vuil veilig af te voeren van de lak.

Onderzoek binnen de detailingwereld laat zien dat een goede pre-wash tot wel 60% van het loszittende vuil kan verwijderen vóór de handwas begint. Minder vuil tussen mitt en lak betekent minder kans op nieuwe krasjes die je later weer moet uitpolijsten. Zeker als je van plan bent uren in polijsten te investeren, loont het om al bij de eerste stap maximaal krasarm te werken.

Mechanische en chemische decontaminatie met klei (clay bar) en fallout remover

Na de pre-wash en handwas volgt de decontaminatie. Eerst chemisch: een fallout remover op basis van thioglycolzuur of verwante chemie reageert met ijzerdeeltjes, zichtbaar door de bekende paarse verkleuring. Spuit paneel per paneel in, laat kort inwerken volgens de productspecificaties en spoel overvloedig af. Eventueel kan een teer- en lijmverwijderaar gevolgd worden voor teer- en boomsapresten. Pas als de chemische verontreinigingen zijn aangepakt, komt de clay bar (of clay mitt) in beeld. Klei is schurend en zal vrijwel altijd lichte microkrassen veroorzaken; daarom hoort clay altijd vóór de polijstfase.

Werk met ruim glijmiddel, bijvoorbeeld een verdunde quick detailer of speciale clay lube, en beweeg de klei in rechte banen over een klein oppervlakte (circa 30×30 cm) tot het oppervlak merkbaar gladder aanvoelt en de klei geen nieuwe vervuiling meer oppikt. Regelmatig vouwen of een nieuw stuk clay gebruiken voorkomt het inslepen van verzamelde vuildeeltjes. Deze tweeledige aanpak – chemisch en mechanisch – zorgt ervoor dat de lak absoluut vrij is van onzichtbare contaminanten die de hechting en egaliteit van de glascoating zouden verstoren.

Visuele lakinspectie met LED-lamp en markeren van problematische zones

Met de auto schoon en gedecontamineerd is het moment aangebroken om de lak visueel te beoordelen. Onder een krachtige LED-inspectielamp worden swirls, RDS (random deep scratches), hologrammen en eventuele overspuitplekken duidelijk zichtbaar. Het kan nuttig zijn om problematische zones met schilderstape licht te markeren: diepe krassen die mogelijk speciale aandacht vragen of plekken met zichtbaar dunne lak die juist voorzichtig behandeld moeten worden. Een inspectie uit verschillende hoeken en met meerdere lichtbronnen – bijvoorbeeld een combinatie van spot- en diffuuslicht – geeft het meest complete beeld.

Een veelgemaakte fout is om te snel te beginnen met polijsten zonder een helder plan. Door vooraf per paneel de ernst van de defecten in te schatten, kun je een efficiënter polijstschema kiezen. Sommige panelen volstaan met een éénstaps glanspolish, terwijl horizontale delen zoals motorkap en dak vaak meer geleden hebben en een zwaardere eerste stap vereisen. Deze gerichte aanpak verkort de totale werktijd en voorkomt onnodige lakafname.

1-staps versus 2- of 3-staps polijstproces met rupes of flex polijstmachines

De keuze tussen een 1-staps, 2-staps of zelfs 3-staps polijstproces hangt af van laktype, defectniveau en gewenste perfectie. Op relatief jonge auto’s met milde waskrassen volstaat vaak een moderne “one-step” polish op een medium pad. Dit verwijdert lichte defecten en levert tegelijk een hoge glans, ideaal als de focus vooral op bescherming ligt en niet op absolute concoursafwerking. Bij zwaarder beschadigde of harde lakken is een 2-staps aanpak effectiever: eerst een cutting compound met agressievere pad, gevolgd door een finishing polish met zachte foam. Een 3-staps schema (cut – polish – finish) wordt doorgaans gereserveerd voor extreem veeleisende projecten of showauto’s.

Machines van merken als Rupes en Flex met een grote uitslag (bijvoorbeeld 15 of 21 mm) corrigeren efficiënt, maar vragen om enige ervaring in het omgaan met paneeltemperatuur en randen. Een kleinere machine voor bumpers, stijlen en complexe vormen is een waardevolle aanvulling. Tijdens het polijsten regelmatig pauzeren om het resultaat onder de LED-lamp te controleren voorkomt onnodig lange doorgangen. Uiteindelijk geldt: hoe beter de lak voor de glascoating is geprepareerd, hoe strakker en dieper de uiteindelijke glans oogt.

Ontvetten met isopropyl alcohol (IPA) of panel wipe vóór glascoating

Na het polijsten is de lak technisch gezien glad en glanzend, maar nog niet klaar voor een glascoating. Polijstmiddelen bevatten oliën en vulstoffen die tijdelijke glans en smeereigenschappen geven. Deze moeten volledig verwijderd worden, anders hecht de coating aan die oliefilm in plaats van aan de blanke lak. Een panel wipe of een mengsel op basis van isopropyl alcohol (IPA) in de juiste verhouding (bijvoorbeeld 10–25% IPA in gedemineraliseerd water, afhankelijk van product) lost deze oliën op en laat een residuvrij oppervlak achter.

Werk panel-per-panel: spray het middel licht op een schone, pluche microvezeldoek (niet direct op de lak) en veeg vervolgens in overlappende lijnen over het oppervlak. Draai de doek tijdig naar een schoon deel en gebruik meerdere doeken voor de hele auto. Sommige detailers kiezen er bewust voor om de auto twee keer volledig te ontvetten, om zeker te zijn dat er geen polishresten achterblijven. In praktijktests is aangetoond dat panel wipe stap een van de meest bepalende factoren is voor de langetermijnhechting van glas- en keramische coatings.

Stapsgewijze applicatie van glascoating op je auto

Optimale werkomstandigheden: temperatuur, luchtvochtigheid en stofvrije omgeving

Glascoating is gevoelig voor omgevingstemperatuur, luchtvochtigheid en stof. Ideale condities liggen meestal tussen 10 en 22 °C, met een matige luchtvochtigheid en zonder direct zonlicht. Te hoge temperaturen of warme panelen verkorten de flash-tijd drastisch, waardoor de coating te snel “hazen” en lastig uit te buffen is. Te lage temperaturen vertragen juist de reactie en kunnen zorgen voor ongelijke uitharding. Een gesloten, goed geventileerde garage of loods is de beste plek. Buiten coaten kan alleen bij absoluut droog, windstil weer en vergt extra aandacht om stof, pollen en dauwvorming te vermijden, zeker tijdens de eerste 12–24 uur na applicatie.

Een eenvoudige hygrometer en infraroodthermometer zijn handige hulpmiddelen om omstandigheden te monitoren. Fabrikanten geven in hun handleidingen vaak expliciete temperatuurranges en wachttijden. Die richtlijnen zijn gebaseerd op uitgebreide interne tests; ervan afwijken verhoogt de kans op vlekken, high spots of verminderde standtijd aanzienlijk. Zien glascoatings er in online video’s ontspannen uit? Achter die beelden schuilt doorgaans een streng gecontroleerde omgeving.

Panel-per-panel applicatiemethode met suede applicator en blok

De veiligste en meest overzichtelijke methode om een glascoating aan te brengen, is panel-per-panel werken. Wikkel een schoon suede doekje strak om het coatingblok en druppel 8–10 druppels product op het doekje. Verdeel de glascoating in rechte, licht overlappende banen over een oppervlak van ongeveer 40×40 cm, bijvoorbeeld de helft van een deur of een kwart van de motorkap. Veel detailers hanteren een kruispatroon: eerst horizontale banen, daarna verticale, zodat je zeker bent ieder stukje lak geraakt te hebben. Op die manier ontstaat een gelijkmatige, dunne film zonder “plassen” product.

Het gebruik van een pipet in plaats van de originele dop kan helpen om controle te houden over de hoeveelheid en om te voorkomen dat er opgedroogde glasdeeltjes in de hals van het flesje ontstaan. Zodra het suede doekje stroever begint te lopen of lichte weerstand geeft, is het tijd om te wisselen. Opgedroogde coating in het doekje gedraagt zich als fijne glassplinters en kan bij herhaald gebruik microkrassen veroorzaken. De applicatiefase vraagt dus vooral om ritme: druppelen, verdelen, wisselen, door naar het volgende vlak.

Flash-tijd herkennen en high spots verwijderen met microvezeldoeken

Na het verdelen van de glascoating moet het oplosmiddel kort de tijd krijgen om te verdampen, de zogenaamde flash-tijd. Die varieert sterk per product en omgeving, van 30 seconden tot enkele minuten. Visuele indicaties zijn een lichte waas, het egaler worden van de “natte” look of subtiele regenboogachtige schijn. Wachten tot net ná dit punt is essentieel: te vroeg buffen kan de laag te veel reduceren, te laat buffen leidt tot ingedroogde randen en high spots. Daarom is strikt volgen van de fabrieksinstructies cruciaal.

Gebruik vervolgens microvezeldoek 1 om het overtollige product met lichte druk af te nemen in rechte banen. Doek 2 dient om eventuele reststrepen te egaliseren en doek 3 voor de randen, naden en aangrenzende panelen waar overlap is ontstaan. Een suede doekje of dunne microvezel is handig om in kleine kiertjes te komen. Onder scherp LED-licht controleer je direct of er geen donkere vlekjes, streperige zones of regenboogvlekjes achterblijven. High spots die binnen enkele minuten worden ontdekt, zijn meestal nog weg te krijgen door hernieuwd, stevig uitpoetsen; uitgeharde plekken vereisen later polijsten en lokaal hercoaten.

High spots zijn in feite te dikke zones glascoating: twee lagen op elkaar op één plek, die onder bepaald licht als donkere of iriserende vlekjes zichtbaar zijn.

Laagopbouw: éénlaagssysteem versus multilayer glascoating (bv. toplaag gyeon Q² skin)

Veel moderne glascoatings zijn ontwikkeld als éénlaagssysteem met desgewenst een specifieke topper. De basislaag verzorgt hechting, chemische resistentie en hardheid; een optionele tweede of derde laag voegt extra glans, slickness of vuilafstoting toe. In het geval van een systeemcoating kan bijvoorbeeld een toplaag zoals Q² Skin over een harde basis als Q² Mohs worden aangebracht om de waterafstotende eigenschappen en het glansbeeld te versterken. Het is belangrijk te beseffen dat meerdere lagen dezelfde SiO2-coating meestal niet lineair extra dikte opleveren; oplosmiddelen in de nieuwe laag kunnen de onderlaag deels weer “aanbijten”, waardoor netto misschien 30–50% extra dikte resteert.

Een multilayer glascoating heeft vooral zin als de verschillende lagen complementaire eigenschappen hebben: een extreem harde drager met daarboven een superhydrofobe en gemakkelijk te onderhouden toplaag, bijvoorbeeld. Voor de doe-het-zelver is een enkelvoudige basislaag plus een periodiek aangebrachte spraycoating of sealant vaak efficiënter. Meer lagen betekent meer kans op verwerkingsfouten en langere uithardingstijd, terwijl de winst in praktijk soms beperkt is als de auto veel kilometers maakt of vaak buiten slaapt.

Uithardingstijd, first wash-regels en gebruik van IR-lampen voor sneller curen

Na de applicatie is de glascoating nog lang niet op volle sterkte. De eerste 12–24 uur zijn kritisch: de oplosmiddelen verdampen tot circa 80–90% en de chemische structuur “zet” zich. In die periode is het belangrijk dat de auto droog blijft en niet wordt blootgesteld aan regen, dauw, insectenregen of vogelpoep. Ideaal blijft de auto 24 uur binnen staan. Moderne luchtgedroogde coatings laten de auto soms al na een uur naar buiten gaan, maar chemisch uitgehard is de laag dan nog niet. Volledig uitharden duurt doorgaans 5–10 dagen, afhankelijk van product en omstandigheden.

In professionele studio’s worden infrarood (IR) lampen gebruikt om dit proces te versnellen. Door panelen gedurende 10–15 minuten op 70–75 °C te curen, wordt de crosslinking gestimuleerd en de uiteindelijke hardheid iets verhoogd. Voor thuisgebruik is zo’n installatie vaak te kostbaar, maar wie toegang heeft tot een IR-lamp kan de uithardingstijd verkorten en sneller veilig wassen. Algemene richtlijn: geen shampoo of agressieve chemicaliën in de eerste 7 dagen, en pas na circa 14 dagen een volledige wasbeurt inclusief drogen en eventuele toppers. Vogelpoep in deze periode altijd zo snel en lokaal mogelijk verwijderen met een zachte, vochtige doek om inbranding in de nog jonge laag te voorkomen.

Glascoating aanbrengen op velgen, ruiten en kunststof delen

Velgen, koplampen en kunststof trim profiteren minstens zo veel van een glascoating als de lak. Velgen zijn blootgesteld aan hoge temperaturen, remstof en pekel; een specifieke velgencoating met hogere filmopbouw en hittebestendigheid maakt het verwijderen van remstof veel eenvoudiger en reduceert de behoefte aan zure velgenreinigers. Voorafgaand aan coaten geldt dezelfde logica: grondig reinigen, ijzerverwijderen, eventueel kleien en indien nodig licht polijsten, vooral bij gelakte of gepolijste velgen. Een praktische tip is om nieuwe velgen pas te coaten nadat banden zijn gemonteerd en de set is uitgebalanceerd, omdat het plaklood op een gecoate, extreem gladde velg soms minder goed wil hechten.

Ongelakte kunststoffen, zoals bumpers, spatbordranden en parafaan, kunnen met speciale trim-coatings (SiO2 voor kunststof) weer diepzwart en gelijkmatig worden. Hier is voorbereiding zelfs nog kritischer: de vaak ribbelige structuur houdt vuil hardnekkig vast. Grondig reinigen met een sterke APC, borstels en eventueel een scrubpad, gevolgd door intensief ontvetten, voorkomt vlekken en slechte hechting. Een glascoating die ook op glas mag, kan worden gebruikt voor koplampen en sommige ruiten (met uitzondering van de voorruit, waar speciale glass coatings of rain repellents de voorkeur hebben vanwege wissergedrag). De hydrofobe werking zorgt voor beter zicht bij regen en vermindert hechting van insectenresten.

Onderhoud van een glascoating: wasmethodes, toppers en boosterproducten

Een glascoating is geen onderhoudsvrije oplossing, maar eerder een sterk fundament voor makkelijker, veiliger onderhoud. Regelmatig wassen – idealiter iedere 2–4 weken – met een pH-neutrale shampoo die specifiek geschikt is voor gecoate auto’s helpt de hydrofobe eigenschappen en glans te behouden. Shampoos met toegevoegde SiO2 of polymeren “voeden” de coating licht en herstellen deels de waterafstotende werking. Pre-wash met snow foam blijft zinvol, juist om de harde maar dunne glaslaag zo krasvrij mogelijk te houden. De wasstraat met borstels blijft, ook met coating, sterk af te raden; diverse tests tonen aan dat de levensduur van een coating met tot wel 50% kan dalen door frequente wasstraatbezoeken.

Naast reguliere shampoo zijn er toppers en boosterproducten, zoals spray sealants en spray coatings, die de basislaag beschermen en prestaties verlengen. Een spraysealant met SiO2 kan bijvoorbeeld elke 2 maanden worden aangebracht: licht nevelen op de natte lak na het wassen, verdelen met een zachte applicator of microvezel en droogwrijven. Een meer geconcentreerde spraycoating wordt meestal een of twee keer per jaar aangebracht als flinterdunne extra laag over de bestaande glascoating. Deze producten verhogen glans, slickness en waterafstoting en werken als “opofferingslaag” bovenop de harde glasfilm.

Een glascoating is in de praktijk een opofferlaag: vuil, UV en chemische invloeden tasten eerst de coating aan, niet direct de originele blanke lak.

Tot slot blijft voorzichtigheid met kalkhoudend water belangrijk. Omdat glascoatings extreem hydrofoob zijn, droogt water sneller in compacte druppels op, wat de kans op geconcentreerde kalkvlekken vergroot als de auto in de zon opdroogt. Grondig afspoelen met zacht water en zorgvuldig drogen met een hoogwaardige droogdoek of blower minimaliseert dit risico. Zie je ondanks alles toch beginnende watervlekken of lichte inbranding van vogelpoep in de coating, dan zijn die vaak nog weg te polijsten met een fijne polish op een zachte pad, waarna lokaal een nieuw laagje glascoating kan worden aangebracht om de beschermende barrière weer sluitend te maken.