
De Honda Prelude 1990 Si staat bij veel liefhebbers bovenaan het lijstje van youngtimers met karakter. De compacte coupé combineert een relatief bescheiden formaat met serieuze sportieve prestaties, een vooruitstrevend onderstel en het iconische silhouet met pop-up koplampen. Wie vandaag een goed exemplaar zoekt, ontdekt al snel dat de auto schaarser wordt en tegelijk aan waardering wint op de klassiekermarkt. De combinatie van Japanse betrouwbaarheid, innovatieve technieken zoals vierwielbesturing en een herkenbare jaren‑’90 uitstraling maakt de Honda Prelude 1990 Si tot een aantrekkelijke keuze als je een onderscheidende coupé zoekt die nog dagelijks inzetbaar is én tegelijk een verzamelobject aan het worden is.
Historische context van de honda prelude 1990 si binnen de vierde generatie (BA4/BA5)
Ontwikkeling van de vierde generatie prelude (1987–1991) en positionering van de 1990 si
De vierde generatie Honda Prelude (interne codes BA4 en BA5) werd in 1987 in Japan geïntroduceerd en volgde in Europa eind jaren ’80. De 1990 Si valt midden in de levenscyclus van deze generatie en profiteert daardoor van doorontwikkelde techniek en kleine kwaliteitsverbeteringen. Waar de eerste drie generaties nog sterk leunden op de Accord, ontwikkelde Honda voor deze coupé een eigen, sportiever georiënteerd pakket met een lager zwaartepunt en een scherper stuurkarakter. De Prelude 1990 Si richtte zich op rijders die meer dynamiek zochten dan in een gewone Accord, maar nog geen hardcore sportwagen als een NSX nodig hadden.
In die tijd beleefde het segment van sportieve coupés een hoogtepunt. Modellen als Toyota Celica, Mazda MX‑6 en Nissan 200SX bepaalden het straatbeeld van jonge, ambitieuze bestuurders. De Prelude nam in dat veld een bijzondere positie in door de combinatie van geavanceerde techniek, relatief hoge bouwkwaliteit en toch goed bruikbare dagelijkse comforteigenschappen. Het is precies die mix die een 1990 Honda Prelude Si vandaag zo interessant maakt als je een klassieke sportcoupé met betrouwbare basis zoekt.
Verschillen tussen europese, amerikaanse en japanse specificaties van de prelude si
De aanduiding Si werd in verschillende markten gebruikt, maar niet altijd met dezelfde specificaties. Europese exemplaren kregen in de regel een tweeliter viercilinder met PGM‑FI injectie en een vermogen dat rond de 133–137 pk lag, afhankelijk van emissienormen en uitlaatconfiguratie. In de Verenigde Staten werd de Prelude Si vaak geleverd met een 2.1‑liter B21A-motor met iets meer koppel, maar lagere compressieverhouding, vooral om aan strengere emissie‑eisen te voldoen. In Japan waren bovendien sterkere varianten beschikbaar, waaronder versies met vierwielbesturing (4WS) en rijkere standaarduitrusting.
Visueel zijn de verschillen subtiel: andere bumpers, zijmarkers, lichtunits en velgdesigns onderscheiden een JDM‑Prelude van een Europese versie. Ook opties als het glazen schuifdak dat in eerdere generaties standaard was, wisselden per markt. Voor jou als koper van een Honda Prelude 1990 Si is het belangrijk om te achterhalen uit welke markt een import komt, omdat onderdelenvoorziening, kabelbomen en soms zelfs ECU‑mapping kunnen afwijken. Dat speelt vooral een rol als je later een ECU‑remap of motorupgrade overweegt.
Concurrenten uit 1990: toyota celica GT‑i, nissan 200SX en mazda MX‑6 vergeleken
In 1990 stond de Honda Prelude Si lijnrecht tegenover de Toyota Celica GT‑i, Nissan 200SX en Mazda MX‑6. De Celica bood vergelijkbare vermogens, maar met een wat zachter onderstel en minder uitgesproken stuurgevoel. De Nissan 200SX onderscheidde zich met achterwielaandrijving en turbo‑potentieel, terwijl de MX‑6 het meer moest hebben van comfortabele gran‑turismo‑eigenschappen. De Prelude 1990 Si positioneerde zich daar tussenin: sportief maar beheerst, dagelijks inzetbaar en technisch verfijnd.
| Model (1990) | Vermogen (pk) | Aandrijving | 0–100 km/u (s) |
|---|---|---|---|
| Honda Prelude 2.0 Si (EU) | ± 133–137 | Voorwiel | ± 8,5–9,0 |
| Toyota Celica GT‑i 2.0 | ± 150 | Voorwiel | ± 8,0 |
| Nissan 200SX | ± 169 | Achterwiel | ± 7,5 |
| Mazda MX‑6 2.0 | ± 115–140 | Voorwiel | ± 9,0–9,5 |
Hoewel de cijfers dicht bij elkaar liggen, wordt de Honda Prelude 1990 Si vaak geroemd om de balans in het geheel: stuurgevoel, remmen, onderstel en aandrijflijn grijpen mooi in elkaar. Wie vandaag een klassieker met sportieve flair zoekt, merkt dat juist die harmonie de rijervaring moderner doet aanvoelen dan de leeftijd doet vermoeden. Het verklaart ook waarom veel liefhebbers doelgericht naar een Prelude Si zoeken in plaats van naar generieke sportcoupés uit dezelfde periode.
Productiecijfers, facelift-details en zeldzame uitvoeringen (o.a. 4WS en sunroof edition)
Exacte wereldwijde productiecijfers voor de Prelude 1990 Si zijn lastig te achterhalen, maar schattingen voor de vierde generatie Prelude lopen op tot enkele honderdduizenden stuks, verdeeld over alle motorvarianten. In Nederland waren de aantallen veel bescheidener, mede doordat de nieuwprijs hoger lag dan die van een doorsnee Civic of Accord. Door roestproblemen bij vroege exemplaren en het sportieve gebruik door vaak jonge eigenaren is het huidige aanbod aanzienlijk uitgedund. Dat maakt een roestvrij, origineel Si‑exemplaar aantoonbaar zeldzaam.
Tijdens de productierun kreeg de vierde generatie een lichte facelift, met subtiele wijzigingen aan bumpers, verlichting en interieurafwerking. Speciaal interessant zijn de 4WS‑modellen en zogeheten Sunroof‑ of speciale Edition‑uitvoeringen, die vaak rijker uitgerust zijn met opties als lederen bekleding of unieke velgen. Zulke versies zijn geliefd onder verzamelaars en kunnen, afhankelijk van staat, prijzen tot wel 25.000 euro aantikken, terwijl een gemiddeld nette Honda Prelude 1990 Si nog rond enkele duizenden euro’s blijft hangen. Wie gericht zoekt naar een investering met groeipotentieel, doet er goed aan om juist zulke speciale uitvoeringen in originele staat op te sporen.
Technische specificaties van de honda prelude 1990 si: motor, transmissie en prestaties
B20A en B21A motorvarianten: cilinderinhoud, compressieverhouding en vermogenscurves
De meeste Europese Honda Prelude 1990 Si‑modellen zijn uitgerust met de B20A viercilinder lijnmotor. Deze 2,0‑liter levert, afhankelijk van versie, ongeveer 133–137 pk en een koppel van circa 170–180 Nm. De motor staat bekend om zijn soepelheid en lineaire vermogensafgifte; er is geen turbo‑kick, maar een keurig oplopende kracht van lage toeren tot dicht bij de rode lijn. In sommige markten, met name de VS, werd de 2,1‑liter B21A geleverd, die met een iets grotere boring meer koppel onderin bood, maar ook gevoeliger is voor slijtage door het afwijkende cilinderwand‑ontwerp.
De compressieverhouding lag voor de B20A gemiddeld rond 9,4:1, wat redelijk conservatief is vergeleken met moderne atmosferische motoren. Dat betekent dat je nog prima op reguliere Euro 95 kunt rijden, hoewel veel kenners kiezen voor E5‑brandstof van kwaliteit om de oudere injectoren en kleppen in topconditie te houden. Bij goed onderhoud halen deze blokken zonder moeite drie ton op de teller, wat de Honda Prelude 1990 Si aantrekkelijk maakt als je een klassieker zoekt die ook nog betrouwbaar lange ritten aankan.
PGM‑FI injectiesysteem, nokkenasprofiel en brandstofsysteem van de prelude si
Het hart van de motorregeling is Honda’s elektronische injectiesysteem PGM‑FI (Programmed Fuel Injection). In plaats van een carburateur doseert dit systeem de brandstof per cilinder via injectoren, aangestuurd door een ECU die signalen ontvangt van sensoren voor o.a. luchttemperatuur, toerental en gasklepstand. Voor 1990 was dat nog altijd moderne techniek, zeker in het middensegment. Het zorgt voor een nette stationairloop, relatief gunstig verbruik en goede koudstartprestaties, zelfs als de Prelude langere tijd stil heeft gestaan.
Het nokkenasprofiel van de Si‑motor is ontworpen voor een sportieve, maar niet extreem piekerige vermogensafgifte. De motor klimt graag in toeren, maar blijft ook onderin voldoende bruikbaar voor dagelijks verkeer. Het brandstofsysteem met elektrische pomp en retourleiding is robuust, al vraagt een youngtimer als deze om preventieve vervanging van rubberen leidingen vanwege veroudering en moderne benzine met ethanol. Wie jeuk krijgt van woorden als “verstopte injector” doet er verstandig aan om het systeem professioneel te laten reinigen zodra er onregelmatig stationairgedrag optreedt.
Handgeschakelde 5‑bak versus automatische transmissie: overbrengingsverhoudingen en acceleratie
De Honda Prelude 1990 Si werd geleverd met een handgeschakelde vijfversnellingsbak en in veel markten ook met een viertraps automaat. De handbak past het beste bij het sportieve karakter: korte, nauwkeurige schakelwegen en een relatief korte eindoverbrenging zorgen voor levendige acceleratie. In de praktijk sprint een handgeschakelde 2.0 Si in circa 8,5–9,0 seconden naar 100 km/u, wat voor de tijd meer dan vlot was en vandaag nog steeds voldoende is om vlot mee te komen in modern verkeer.
De automaat is comfortabel maar tempert de sportieve flair merkbaar. Door de lagere versnellingstand en grotere verliezen stijgen de 0–100‑tijd en het verbruik. Wie een Honda Prelude 1990 Si zoekt met maximale rijbeleving, komt dus automatisch uit bij een handbak. Een voordeel van beide transmissies is hun bewezen duurzaamheid: met tijdig wisselen van transmissieolie zijn kilometerstanden van boven de 250.000 km geen uitzondering. Bij proefritten verdient krakend schakelen of een piepend koppelingspedaal extra aandacht, zeker als je later meer vermogen via tuning wilt laten verwerken.
0‑100 km/u, topsnelheid, koppelverloop en reëel verbruik op snelweg en in de stad
De officiële fabriekscijfers voor de vierde generatie Prelude variëren, maar voor een 2.0 Si mag grofweg gerekend worden op:
- 0–100 km/u: circa 8,5–9,0 seconden (handgeschakeld)
- Topsnelheid: ongeveer 210–215 km/u
- Koppel: rond 170–180 Nm bij ± 4.500 t/min
- Gemiddeld verbruik: 8,8–10,0 l/100 km (fabriek)
In de praktijk ligt het verbruik van een Honda Prelude 1990 Si iets hoger, zeker als je de sportieve mogelijkheden benut. Reken op 8,0–8,5 l/100 km op de snelweg bij 100–110 km/u en ongeveer 10–11 l/100 km in stadsverkeer. Het koppelverloop is aangenaam lineair. Je merkt dat de motor boven de 4.000 t/min echt wakker wordt, maar ook onder dat toerental vlot reageert. Dat maakt de auto zowel geschikt voor ontspannen toeren als voor een energieke rit over een bochtige B‑weg.
Compatibiliteit met tuning: ECU‑remap, uitlaatupgrade en luchtinlaatsystemen voor de b‑serie
De B‑serie motoren in de Prelude 1990 Si lenen zich goed voor lichte tot middelzware tuning. Een ECU‑remap, gecombineerd met een sportluchtfilter en een beter ademende RVS‑uitlaat, levert meestal enkele pk’s extra op en vooral een scherper gasrespons. Verwacht geen wonderen: een atmosferische tweeliter haalt zonder ingrijpende interne modificaties zelden meer dan 10–15% extra vermogen. Wel voelt de auto merkbaar enthousiaster aan, vooral in het midden‑ en hoogtoerige gebied.
Serieuze vermogenssprongen via turbo‑ of compressorkits zijn technisch mogelijk, maar vragen om versterkte interne componenten, aangepaste brandstofpomp en vaak ook een andere koppeling. Voor een klassieker die waardevast moet blijven, is het vaak verstandiger om te focussen op reversibele upgrades zoals een cat‑back uitlaat, verbeterde koeling en een modernere ontstekingsset. Wie een Honda Prelude 1990 Si als toekomstig collectors item ziet, houdt bovendien rekening met originaliteit: bewaar originele onderdelen zorgvuldig als je toch tuning overweegt.
Onderstel, 4WS‑systeem en rijdynamiek: waar de sportieve flair van de prelude 1990 si vandaan komt
Dubbele draagarmophanging (double wishbone) vóór en achter: geometrie en camberkarakteristiek
Een van de grootste troeven van de Honda Prelude 1990 Si is het onderstel. Zowel vóór als achter monteerde Honda een double wishbone ophanging. In tegenstelling tot eenvoudigere McPherson‑veerpoten maakt dit systeem het mogelijk om de camberhoek en wielstand nauwkeuriger te sturen tijdens het inveren. Het resultaat is dat de band in bochten beter contact houdt met het asfalt, wat direct merkbaar is in grip en stuurprecisie. Voor een auto uit 1990 is dat uitzonderlijk verfijnd.
De geometrie is vanuit de fabriek relatief neutraal ingesteld: licht onderstuurd aan de limiet, zodat de Prelude voorspelbaar blijft voor de gemiddelde bestuurder. Wie graag een scherper insturend karakter wil, kan spelen met uitlijning, bijvoorbeeld door iets meer negatieve camber achter te kiezen. Het is vergelijkbaar met het afstellen van een goed paar sportschoenen: kleine veranderingen in stand en demping kunnen het gevoel drastisch verbeteren, zolang het geheel in balans blijft.
Vierwielbesturing (4WS): mechanisch versus elektronisch systeem en stuurgedrag op bochtige wegen
De meest bijzondere techniek in de vierde generatie Prelude is het 4WS-systeem, ofwel 4 Wheel Steering. In de eerste jaren werd dit mechanisch aangestuurd; later schakelde Honda over op een elektronisch systeem. Bij lage snelheden draaien de achterwielen licht tegengesteld aan de voorwielen, waardoor de draaicirkel krimpt en parkeren of keren op smalle wegen verrassend eenvoudig is. Bij hogere snelheden sturen de achterwielen juist mee, wat stabiliteit geeft bij rijstrookwissels en snelle bochten.
De vierwielbesturing van de Honda Prelude 1990 Si geeft de coupé een stuurprecisie die veel moderner aanvoelt dan zijn bouwjaar doet vermoeden.
Op bochtige wegen voelt een 4WS‑Prelude bijna alsof de auto om je heen draait. De achterkant volgt heel natuurlijk en de neiging tot uitbreken wordt kleiner. Voor jou als bestuurder betekent dat: later remmen, eerder op het gas en toch veel controle. Niet voor niets wordt de Prelude met 4WS vaak gezien als ultieme uitvoering, zeker nu moderne sportwagens opnieuw met actieve achterwielbesturing worden uitgerust, zij het met complexere elektronica.
Remconfiguratie met geventileerde schijven, rembalans en mogelijke upgrades (brembo, EBC)
Standaard is de Honda Prelude 1990 Si uitgerust met schijfremmen rondom, met geventileerde schijven aan de voorzijde. Voor de vermogensniveaus van rond de 140 pk is dat ruim voldoende, mits alle componenten in goede staat verkeren. De rembalans is eerder veilig dan agressief; bij stevig remmen merk je dat de neus iets duikt, maar de auto blijft goed rechtuit remmen. ABS was in deze periode nog niet overal standaard, dus controleer goed of het aanwezig is op het exemplaar dat je bekijkt.
Bij intensiever gebruik, bijvoorbeeld op bergpassen of sporadische circuitdagen, zijn upgrades de moeite waard. Denk aan high‑performance remblokken van merken als Brembo of EBC en eventueel grotere schijven in combinatie met andere remklauwen. Een eenvoudige, maar effectieve stap is het vervangen van oude remslangen door stalen remleidingen, waardoor het pedaalgevoel strakker wordt. Zie het als het wisselen van versleten hardloopschoenen voor een nieuw paar: de basis blijft hetzelfde, maar de ervaring wordt een stuk directer en veiliger.
Standaard velgen, bandenmaat (195/60 R14) en invloed van sportveren en coilovers op wegligging
Af fabriek stond de Honda Prelude 1990 Si meestal op 14‑inch lichtmetalen velgen met bandenmaat 195/60 R14. Die combinatie zorgt voor een comfortabele, maar nog steeds redelijk directe rijervaring. Tegenwoordig kiezen veel eigenaars voor 15‑ of 16‑inch velgen met een iets lagere band (bijvoorbeeld 205/50 R16) voor meer grip en een moderner uiterlijk. Belangrijk is om de totale afrolomtrek in de gaten te houden om onjuiste snelheidsafwijkingen en extra belasting van het onderstel te voorkomen.
Sportveren of coilovers kunnen de wegligging aanzienlijk strakker maken, maar vragen om zorgvuldige afstelling. Te ver verlagen verpest de zorgvuldig ontworpen ophangingsgeometrie en leidt tot meer slijtage aan draagarmen en rubbers. Wie het onderstel wil verbeteren, begint idealiter met frisse OEM‑dempers, kwaliteitsveren, nieuwe rubbers en een goede uitlijning. Daarna kan een subtiele verlaging van 25–30 mm de juiste balans brengen tussen sportief en bruikbaar. In SEO‑termen: een “Honda Prelude 1990 Si onderstel upgrade” werkt het best als de basis gezond is.
Exterieurdesign van de honda prelude 1990 si: aerodynamica, pop‑up koplampen en koetswerkdetails
Het exterieurdesign van de Honda Prelude 1990 Si is een schoolvoorbeeld van laat jaren‑’80 design met een knipoog naar de jaren ’90. Het lage, brede front, de lange motorkap en korte achterzijde creëren een gespierde coupé‑houding. De pop‑up koplampen waren niet alleen een stijlstatement, maar boden destijds ook aerodynamische voordelen wanneer ze gesloten waren. Zodra ze omhoogklappen neemt de luchtweerstand toe, maar het blijft een onmiskenbaar iconic detail dat sterk bijdraagt aan de verzamelwaarde.
De carrosserie is compact: de vierde generatie Prelude is rond de 4,4 meter lang, ongeveer 1,7 meter breed en slechts iets hoger dan 1,3 meter. Daardoor oogt de auto lager dan veel moderne hatchbacks, wat de sportieve uitstraling versterkt. De relatief vlakke voorruit en de strakke taillelijn zorgen voor een tijdloos profiel. Kleine details, zoals subtiele spoilers, zijskirts en specifiek Si‑badging, onderscheiden deze uitvoering van de meer basic varianten. Roestgevoelige punten zijn onder andere de wielranden, dorpels en de rand rond het schuifdak, dus een grondige inspectie van het koetswerk is cruciaal als je een Prelude 1990 Si als klassieker wilt restaureren.
Een goed bewaard exterieur met originele lak en onbeschadigde pop‑up koplampen verhoogt de verzamelwaarde van een Honda Prelude 1990 Si aanzienlijk.
Omdat moderne verkeersveiligheidseisen en ontwerptrends sterk zijn veranderd, valt de slanke, hoekige lijnvoering van de Prelude tegenwoordig extra op. Waar veel hedendaagse coupés hoger en zwaarder ogen, blijft de Prelude een relatief lichte en sierlijke verschijning. Dat maakt de auto bijzonder fotogeniek voor liefhebbers van klassieke Japanse sportcoupés en versterkt de aantrekkingskracht op youngtimer‑evenementen en merkenmeetings.
Interieur, ergonomie en opties: cockpitgevoel in de prelude 1990 si
Het interieur van de Honda Prelude 1990 Si combineert een relatief eenvoudige basis met verrassend sportieve details. De zitpositie is laag, met een stuur dat mooi recht voor de bestuurder staat en goed ondersteunende stoelen met stevige zijdelingse steun. Dat geeft direct een cockpitgevoel, alsof je in een kleine, toegankelijke GT‑wagen plaatsneemt. Hoewel veel oppervlakken zijn uitgevoerd in hard kunststof, is de afwerking degelijk en kraakvrij, zeker als de auto niet jarenlang in de volle zon heeft gestaan.
Een bijzonder ontwerpdetail vinden veel kenners in het dashboard van de vierde generatie, waar de instrumentenpartij optisch over de breedte van het dashboard doorloopt. In combinatie met duidelijk afleesbare analoge meters en logisch geplaatste bedieningsknoppen voelt de Prelude 1990 Si nog altijd intuïtief aan. Opties als elektrisch bedienbare ramen, schuifdak, airconditioning en soms zelfs een in‑dash audiosysteem met toen geavanceerde functies waren beschikbaar, al verschilt de uitrusting sterk per markt en uitvoering. Lederen interieurs kwamen vooral voor op hogere uitrustingsniveaus zoals VTEC‑ of SE‑versies, maar worden geregeld in Si‑modellen ingebouwd.
Wie vandaag een Prelude 1990 Si voor dagelijks gebruik overweegt, moet rekening houden met de leeftijd van materialen. Kunststofpanelen kunnen bros worden, stoelen kunnen slijten en schuimvulling kan inzakken. Gelukkig is het interieur relatief eenvoudig te demonteren en te herstellen, en zijn basisdelen zoals schakelaars, hendels en standaard radioframes vaak nog via liefhebbersgroepen en gespecialiseerde sloperijen te vinden. Een goed onderhouden interieur met originele bekleding en onbeschadigde panelen is een grote plus, zowel voor je dagelijks rijplezier als voor de toekomstige waardevastheid van de auto.
Onderhoud, zwakke punten en restauratie van een honda prelude 1990 si als klassieker
Een Honda Prelude 1990 Si staat bekend om goede betrouwbaarheid, maar na meer dan dertig jaar spelen leeftijdsgebreken onvermijdelijk een rol. De belangrijkste zwakke punten zitten in de carrosserie en bepaalde slijtagedelen van het onderstel. Roest kan optreden bij wielkastranden, dorpels, kofferbakranden en rondom het schuifdak. Vroege exemplaren hadden hier aantoonbaar meer last van, wat de huidige zeldzaamheid van roestvrije auto’s verklaart. Bij aankoop is een grondige inspectie op een brug of kanaal daarom essentieel. Zorg dat ook de bodemplaat, kriksteunen en ophangingspunten worden gecontroleerd.
Mechanisch zijn de motoren robuust, mits oliewissels tijdig zijn uitgevoerd en de motor niet structureel is mishandeld. Let op olieverbruik, blauwe rook bij gas loslaten en tikkende kleppen bij koude start. Het PGM‑FI‑systeem is meestal probleemloos, maar verouderde sensoren en vacuumslangen kunnen tot onregelmatig lopen leiden. Ook het 4WS‑systeem verdient aandacht: speling in de achterste stuurcomponenten of foutcodes in het elektronische systeem kunnen reparaties kostbaar maken. Een proefrit met nadruk op stuurgedrag en een controle op lekkages of roest bij de achteras zijn daarom belangrijk.
Een succesvolle restauratie van een Honda Prelude 1990 Si begint altijd met een zo compleet en roestvrij mogelijk basisexemplaar.
Voor wie een Prelude 1990 Si als restauratieproject overweegt, zijn een aantal praktische stappen aan te raden:
- Start met een volledige roest‑ en schade‑inspectie van carrosserie en bodem.
- Controleer motor, transmissie en 4WS op lekkages, geluiden en foutcodes.
- Vervang preventief alle vloeistoffen, filters, distributieriem en bougies.
- Herstel of vernieuw ophangingsrubbers, dempers en remcomponenten.
- Bewaar en documenteer alle originele onderdelen voor toekomstige waardebepaling.
Onderdelenvoorziening is voor slijtage‑ en serviceonderdelen nog redelijk goed, mede dankzij de gedeelde techniek met andere Honda‑modellen. Specifieke carrosseriedelen, interieurdelen of 4WS‑componenten kunnen schaarser zijn en vragen soms om import vanuit Japan of de VS via gespecialiseerde handelaren en clubs. Je profiteert dan sterk van het feit dat de Prelude internationaal een geliefd model is onder liefhebbers, waardoor kennis en onderdelen via forums, merkenclubs en social media relatief goed beschikbaar blijven.
Voor langdurig behoud van een Honda Prelude 1990 Si als klassieker is preventieve zorg essentieel. Een droge stalling, regelmatige was‑ en waxbeurten, behandeling van holle ruimtes met wax en tijdige vervanging van vloeistoffen en rubbers verlengen de levensduur aanzienlijk. Wie de auto enkele keren per maand rijdt in plaats van alleen stil laat staan, houdt bovendien mechanische componenten beter gangbaar. Op die manier blijft de Prelude niet alleen een aantrekkelijke, sportieve coupé om naar te kijken, maar ook een levendige rijdersauto waarmee je nog jaren plezier op bochtige wegen kunt beleven.